AB Midden Holland is aangesloten bij NCR, de Nationale Coöperatieve Raad voor land- en tuinbouw en ‘groene’ financiële dienstverleners. Een lidmaatschap heeft veel voordelen, zegt Ruud Galle, directeur van NCR. “Wij zijn een coöperatiekenniscentrum én we vormen een platform waar men elkaar kan ontmoeten.”
NCR bestaat inmiddels 75 jaar. “We hebben in totaal 52 leden. Daar zitten heel grote coöperaties tussen zoals FrieslandCampina, bloemenveiling FloraHolland, Univé, Achmea en de Rabobank. Al deze bedrijven hebben een relatie met land- en tuinbouw. De AB’s zijn ook allemaal aangesloten. Dat zijn inmiddels behoorlijke ondernemingen geworden.”
Kennisuitwisseling
De kennisuitwisseling rondom het coöperatieve ondernemen vindt onder meer plaats tijdens bijeenkomsten, de Coöperatiedag en via het magazine Coöperatie. “We adviseren coöperaties tevens op allerlei terreinen. Het gaat echter altijd specifiek over het coöperatieve ondernemen. Dat is bijvoorbeeld de financiering van een onderneming, de strategie of het ledenbeleid. Heel belangrijk is ook bestuurlijke inrichting en duurzaamheid in de land- en tuinbouw. Het draait bij ons allemaal om kennis.”
De aangesloten leden ontmoeten elkaar een paar maal per jaar tijdens symposia, cursussen, lezingen, presentaties en op de jaarlijkse Coöperatiedag. “Ondernemers vinden het leuk om bij elkaar in de keuken te kijken. Je kunt veel van elkaar leren en er komt ook vaak iets moois uit voort. Het is een belangrijk ontmoetingsmoment.” Er zijn diverse coöperaties die op deze manier zaken met elkaar doen. “AB’s maken ook gebruik van dit netwerk, heb ik begrepen. Voor de boeren en tuinders zijn dit heel belangrijke ondernemingen.”
Stoffig imago
Het aantal leden van de NCR neemt gestaag toe. “Een paar jaar geleden liep het aantal leden terug, onder meer door diverse fusies. Nu trekt het weer aan.” Door de economische crisis wint de coöperatie in alle sectoren aan populariteit, aldus Galle. “Het stoffige imago van de coöperatie is aan het verdwijnen. Wij merken duidelijk dat men weer op zoek gaat naar de coöperatieve formule. Die formule heeft zich altijd bewezen in de land- en tuinbouw. Het is mooi dat er nu ook in andere sectoren aandacht voor is.”
Een coöperatie gaat altijd voor de lange termijn en niet voor het korte termijn succes, licht Galle toe. “Dat is een groot voordeel ten opzichte van bedrijven die puur uit zijn op winst.” In feite investeer je in de sector, meent Galle. “Je keert niet al het geld uit, maar investeert bijvoorbeeld in nieuwe fabrieken, in nieuwe producten, in opleidingen, in innovaties. Je blijft daardoor voorop lopen.” Beursgenoteerde bedrijven doen dat niet. “Die gaan puur voor winst en dat is het dan.”
De AB’s zijn bij uitstek coöperatief, knikt Galle. “Het is van, voor, door en met de leden. Dat merk je duidelijk. De leden worden geraadpleegd en hebben zeggenschap. Dat is belangrijk. Daardoor weet je dat het bestuur en de directie bij de les blijven. Ik merk ook dat AB’s innoveren, dat ze zich verbreden en geld steken in kennis en opleidingen. En dat is een goed teken.”
De coöperatieve organisatie is volgens Galle in de loop der jaren een succesformule gebleken. “Je ziet veel coöperaties hun 100-jarig bestaan vieren. Dat zijn over het algemeen heel gezonde bedrijven met een sterk eigen vermogen en goede investeringen.” Vertrouwen vormt een belangrijk onderdeel van deze succesformule. “En dat is bij de AB’s niet anders. Ook daar zie je een belangrijke mate van ledentrouw.”